Medicatieveiligheid in Harderwijk

 

Suzanne Kruizinga, arts op de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk, pleitte er al lange tijd voor: een systeem om te kunnen inkijken in het informatiesysteem van de apotheek voor een overzicht van alle medicatie die aan de patiënt wordt verstrekt. ‘Mensen komen bij ons binnen met Kruidvattasjes vol medicijnen, medicijnpaspoorten die niet actueel zijn of medicijnpaspoorten van een ander. Negen van de tien keer gaat het goed, maar we moeten elke fout zien te vermijden.’
Het EMD-project op de Spoedeisende Hulp in Harderwijk staat nog in de kinderschoenen. Er is nog maar één informatiebijeenkomst geweest en sommige collega’s van Kruizinga weten nog niets over bijvoorbeeld de invoering van het elektronisch zorgverlenerpaspoort. Maar als het aan haar ligt, komt daar snel verandering in. ‘Ik ben blij dat we als één van de eersten bij dit landelijke traject kunnen aansluiten, hoe eerder we wat aan de medicatieveiligheid kunnen doen, hoe beter.’
Patiënten zijn volgens Kruizinga verbaasd dat gegevens over bijvoorbeeld medicijnverstrekkingen en allergieën niet voor de arts inzichtelijk zijn. ‘We hebben de problemen op het gebied van medicatieveiligheid te lang laten liggen, ook de regering had er eerder aandacht aan kunnen besteden.’ Een voordeel is dat de Spoedeisende Hulp in Harderwijk al met een intern EPD werkt voor onder meer de triage, de logistiek op de afdeling en het ordermanagement.

Skipasjes
Om onder de collega’s commitment te krijgen voor de invoering van het EMD zijn volgens Kruizinga enkele factoren van grote invloed. Allereerst is gebruikersgemak van belang. Bij de invoering van het interne EPD werd al snel duidelijk dat het tot grote ergernis leidt wanneer men veelvuldig moet doorklikken om de benodigde informatie op te vragen. Gegevens moeten direct toegankelijk zijn, zeker in noodsituaties.
Door alle privacymaatregelen ligt het gevaar van omslachtigheid echter op de loer. ‘Bij ons eerste triagesysteem hebben we gewerkt met een soort “ski-pasjes”, vergelijkbaar met de UZI-pas die nu wordt ingevoerd. Als tijdens piekbelasting het systeem abrupt werd afgebroken, ondervonden we daar veel last van. Telkens weer je pas door de kaartlezer moeten halen om in te loggen; dat zijn kwetsbare momenten.’
Naast gebruikersgemak is het volgens Kruizinga van belang dat iedereen meedoet in het project. ‘Als arts moet je er op kunnen vertrouwen dat de gegevens die je opvraagt compleet zijn. Dat vereist goede samenwerking met de apothekers in de regio.’
Ook het investeren in een training lijkt zinvol. ‘Bij problemen met het EPD bellen we nu vaak de automatiseringsafdeling. Een cursus was nuttig geweest, omdat we weinig affiniteit hebben met ICT.’ In de opleiding wordt er sinds kort wel aandacht aan besteed. ‘Ik geef zelf les aan de regionale opleiding voor Spoedeisende Hulp-arts en heb het EPD deze week nog behandeld.’

Ideaal
Als het goed draait, zal het Elektronisch Medicatie Dossier voor de specialisten op de Spoedeisende Hulp heel waardevol zijn, daar is Suzanne Kruizinga van overtuigd. ‘Het zou helemaal ideaal zijn als het EMD in het huidige interne EPD kan worden geïntegreerd. Medicatieopdrachten moeten nu nog met de hand worden ingevoerd, wat veel handelingen vergt. Als de medicatie al is ingevoerd bij de apotheek en met één druk op de knop het stoppen of voortzetten van een medicijnkuur kan worden aangegeven, kan dat veel tijd en energie besparen. Maar het allerbelangrijkste blijft het voorkomen van fouten. Daar zal de hele keten profijt van hebben. Veel mensen realiseren zich niet hoe een fout kan doorwerken bij ontslagmedicatie.’

Bron: Signaal nr. 6 2005, nieuwsbrief van NICTIZ, Nationaal ICT Instituut in de Zorg.

NICTIZ: www.nictiz.nl
Volledige link naar artikel: http://www.nictiz.nl/kr_nictiz/paginaSjablonen/raadplegen.asp?Atoom=4012&AtoomSrt=2#

 

st-jansdal.gif