Implementatie EMD en WDH naar VWS

Dat meldde minister Hoogervorst in een debat met vertegenwoordigers van de Tweede Kamer op 23 november. ‘De nieuwe fase van implementatie vergt ten aanzien van de invoering een effectieve implementatieorganisatie die helder belegd is bij één organisatie,’ aldus de minister, die aankondigde ‘een aparte implementatieorganisatie in te richten met een duidelijke taakopdracht, gericht op de invoering van de eerste fase in de koploperomgevingen en de vervolgfase van de landelijke uitrol.
NICTIZ blijft verantwoordelijk voor de standaarden en de verdere ontwikkeling van de basisarchitectuur AORTA, aldus de minister. Ook zal de verdere ontwikkeling van nieuwe hoofdstukken en standaarden van het Elektronisch Patiënten Dossier bij NICTIZ blijven plaatsvinden, evenals het beheer van het Landelijk Schakelpunt (LSP).

Veld wil vooral verder
In het veld is ongeduldig gereageerd op de mededeling van de minister. In een brief aan de leden van de Vaste kamercommissie voor VWS acht ondervoorzitter Piet Burger van de Orde van Medisch Specialisten het ‘van groot belang dat de kennis en de samenwerking met het veld die binnen NICTIZ zijn opgebouwd niet verloren gaan.’ Wat betreft de aansturing van de implementatie wijst Burger er op ‘dat VWS de regievoering al in handen heeft door het voorzitterschap van de stuurgroep Implementatie EMD/WDH van directeur-generaal Gezondheidszorg Martin van Rijn’. Tot slot stelt Burger vast dat de ontstane vertraging bij de invoering van EMD en WDH samenhangt met vertragingen bij de invoering van noodzakelijke randvoorwaarden als het Landelijk Schakelpunt, de UZI-passen en het Burger Service Nummer. Samengevat, aldus Burger: de sector wil graag aan de slag, de koplopers staan klaar om te beginnen.

‘Hoop op slagvaardigheid’
Vanuit de koploperorganisaties die betrokken zijn bij de eerste fase van de invoering, oordeelt Marion Borghuis, directeur van de koploperregio Nijmegen, dat het voorstel van de minister op dit moment ‘niet handig’ is. ‘Om te beginnen heeft NICTIZ zich bij ons bewezen als een organisatie waarmee goed is samen te werken, die het vertrouwen van het veld heeft gewonnen en waarmee de communicatielijnen kort zijn,’ aldus Borghuis. ‘Het is van belang dat een nieuwe implementatieorganisatie het vertrouwen van de regio krijgt. Bovendien moeten we ervoor waken dat alles niet meer tijd, geld en overleg gaat kosten. Er mag geen vertraging optreden, die de motivatie van de professionals doet afnemen, of de softwareleveranciers de kans biedt om regionale ICT-oplossingen te promoten die niet aan de landelijke standaarden voldoen. Het beleid van de veiligheid en de kwaliteit dat we nu hebben ontwikkeld moet blijven staan. Nu het besluit van de minister echter vaststaat, hoop ik vooral op een slagvaardige, pragmatische stuurgroep.’

‘Het gaat erom dat het werkt’
‘Na mijn aanvankelijke teleurstelling heb ik de stand nog eens opgemaakt,’zegt NICTIZ-directeur Gert-Jan van Boven. ‘We mogen blij zijn met het feit dat de zorg-ICT nu zo hoog op de agenda staat bij de zorgsector zelf, de politiek en de overheid. We hebben de afgelopen jaren hard gewerkt om te zorgen dat we in 2006 kunnen gaan beginnen met de eerste implementaties in het veld, en uit alle reacties op de plannen van de minister blijkt dat we daarin naar omstandigheden goed zijn geslaagd.
‘Ons belangrijkste doel blijft vanzelfsprekend een zo snel mogelijke implementatie van een goed functionerend EMD en WDH, en we zullen ons daarvoor dan ook blijven inzetten. Ook in de nieuwe situatie. Het gaat er ten slotte om dat het werkt.’


Bron: Signaal december 2005, nieuwsbrief van NICTIZ, Nationaal ICT Instituut in de Zorg.

Bron: NICTIZ